Tafseer van De Romeinen · Ar-Room · 30:29
Maar degenen die onrecht pleegden volgden hun begeerten. zonder kennis. En wie kan dan hen leiden die Allah deed dwalen? En voor hen zijn er geen helpers.
De uitleg van de woorden van de Verhevene: بَلِ اتَّبَعَ الَّذِينَ ظَلَمُوا أَهْوَاءَهُمْ بِغَيْرِ عِلْمٍ فَمَنْ يَهْدِي مَنْ أَضَلَّ اللَّهُ وَمَا لَهُمْ مِنْ نَاصِرِينَ (29) (Nee, degenen die onrecht plegen volgen hun begeerten zonder kennis. Wie kan dan leiden wie Allah heeft doen dwalen? En zij zullen geen helpers hebben.) (29)
De Verhevene, wiens vermelding verheven is, zegt: Het is niet zo, en deze polytheïsten (mushrikīn) hebben de goden en de afgodsbeelden niet aan Allah in de aanbidding toegevoegd omdat zij deelgenoten hebben in datgene waarmee Allah hen voorzien heeft van wat hun rechterhand bezit (mulk al-yamīn) — zodat zij en hun slaven (ʿabīd) daarin gelijk zouden zijn, en zij zouden vrezen dat zij met hen zouden moeten delen waarin dezen hun deelgenoten zijn, en zij om die reden voor Allah tevreden zouden zijn met datgene waarmee zij voor zichzelf tevreden zijn, en hen aldus in Zijn aanbidding deelgenoot zouden maken. Nee, maar degenen die zichzelf onrecht aandeden en ongelovig werden aan Allah hebben hun begeerten gevolgd, uit onwetendheid jegens het recht van Allah op hen, en hebben aldus de goden en de afgodsbeelden in Zijn aanbidding deelgenoot gemaakt.
فَمَنْ يهْدِي مَنْ أضَلَّ اللهُ (Wie kan dan leiden wie Allah heeft doen dwalen?). Hij zegt: wie kan dan tot het juiste van de wegen leiden — dat wil zeggen: wie kan tot de islam leiden — degene die Allah heeft doen afdwalen van de rechte koers en het juiste pad? وَما لَهُمْ منْ ناصرِينَ (En zij zullen geen helpers hebben). Hij zegt: en degene die Allah heeft doen dwalen zal geen helpers hebben die hem helpen en hem aldus redden uit de dwaling waarmee de Verhevene, wiens vermelding verheven is, hem beproeft.