Tafseer of Mutual Disillusion · At-Taghaabun · 64:1
Whatever is in the heavens and whatever is on the earth is exalting Allah. To Him belongs dominion, and to Him belongs [all] praise, and He is over all things competent.
Hij, verheven is Zijn vermelding, zegt: Voor Hem werpt zich neer wat in de zeven hemelen is en wat op de aarde is van Zijn schepping, en het verheerlijkt Hem.
En Zijn woord: (Aan Hem behoort het koningschap) — Hij, verheven is Zijn vermelding, zegt: Aan Hem behoort het koningschap van de hemelen en de aarde en Zijn heerschappij; Zijn beslissing daarin gaat door en Zijn bevel daarin wordt uitgevoerd.
En Zijn woord: (En aan Hem behoort de lofprijzing) — Hij zegt: En aan Hem behoort de lofprijzing van al wat daarin is aan schepping, want allen die zich daarin bevinden van de schepping kennen het goede slechts van Hem, en zij hebben geen voorziener buiten Hem; aan Hem behoort dus de lofprijzing van hen allen. (En Hij is tot alles in staat) Hij zegt: En Hij is over alle dingen machtig. Hij zegt: Hij schept wat Hij wil, en doet sterven wie Hij wil, en maakt rijk wie Hij wil, en maakt arm wie Hij wil, en geeft eer aan wie Hij wil, en vernedert wie Hij wil. Niets dat Hij wil is voor Hem onmogelijk, want Hij is de bezitter van de volmaakte macht, waarmee niets Hem onvermogend kan maken.