Tafseer of The Ranks · As-Saff · 61:13
And [you will obtain] another [favor] that you love - victory from Allah and an imminent conquest; and give good tidings to the believers.
De Arabische taalgeleerden verschilden van mening over datgene waarmee Zijn woorden ( وَأُخْرَى ) ("en een andere") nader bepaald worden. Sommige grammatici van Basra zeiden: de betekenis daarvan is "en een andere handel" (tijārah ukhrā). Volgens deze opvatting moet "ukhrā" in de genitief staan, als nevenschikking bij Zijn woorden: "Zal Ik u wijzen op een handel die u redt van een pijnlijke bestraffing?" Het is echter ook mogelijk dat het in de nominatief staat als onderwerp van een nieuwe zin. Sommige grammatici van Kufa zeiden daarentegen: het staat in de nominatief, dat wil zeggen: "en voor u is er een andere (gunst) in dit aardse leven, samen met de beloning van het hiernamaals." Vervolgens zei Hij: ( نَصْرٌ مِنَ اللَّهِ ) ("hulp van Allah"), als verklaring van die "andere".
En de juiste opvatting hierover is volgens mij de tweede opvatting, namelijk dat hiermee bedoeld wordt: "en voor u is er een andere (gunst) waarvan u houdt." Want Zijn woorden ( نَصْرٌ مِنَ اللَّهِ وَفَتْحٌ قَرِيبٌ ) ("hulp van Allah en een nabije overwinning") maken duidelijk dat Zijn woorden ( وَأُخْرَى ) in de nominatief staan. En als dit in de genitief was gekomen, dan zou het passend zijn om Zijn woorden ( وَأُخْرَى ) als nevenschikking bij Zijn woorden "handel" (tijārah) op te vatten. De uitleg van de tekst zou dan, indien dit in de genitief gelezen werd, luiden: "en op een andere eigenschap waarvan u houdt." De betekenis van de woorden is dus, wanneer de zaak is zoals ik beschreven heb: "Zal Ik u wijzen op een handel die u redt van een pijnlijke bestraffing? U gelooft in Allah en Zijn Boodschapper, Hij vergeeft u uw zonden en doet u Tuinen binnengaan waar onder doorheen de rivieren stromen, en voor u is er nog een andere gunst dan dit in het aardse leven waarvan u houdt: hulp van Allah voor u tegen uw vijanden, en een nabije overwinning die Hij voor u verhaast."
( وَبَشِّرِ الْمُؤْمِنِينَ ) ("En verkondig de gelovigen de blijde tijding") — de Verhevene, wiens lof verheven is, zegt tot Zijn profeet Mohammed, moge Allah hem zegenen en vrede schenken: en verkondig, o Mohammed, de gelovigen de blijde tijding van Allahs hulp aan hen tegen hun vijand, en een spoedige overwinning voor hen.