Tafseer of The letter Qaaf · Qaaf · 50:37
Indeed in that is a reminder for whoever has a heart or who listens while he is present [in mind].
De uitleg van de uitspraak van de Verhevene: إِنَّ فِي ذَلِكَ لَذِكْرَى لِمَنْ كَانَ لَهُ قَلْبٌ أَوْ أَلْقَى السَّمْعَ وَهُوَ شَهِيدٌ (Waarlijk, daarin ligt een vermaning voor wie een hart heeft, of het gehoor te luisteren legt en daarbij aanwezig is) (37).
De Verhevene, wiens vermelding verheven is, zegt: waarlijk, in Onze vernietiging van de geslachten die Wij vóór Quraysh hebben vernietigd ( لَذِكْرَى ) (ligt een vermaning) waardoor men vermaand wordt ( لِمَنْ كَانَ لَهُ قَلْبٌ ) (voor wie een hart heeft) — dat wil zeggen: voor wie van deze gemeenschap verstand heeft, zodat hij ophoudt met de daad die zij stelden, namelijk hun ongeloof in hun Heer, uit vrees dat hen overkomt het gelijke van wat hen overkomen is aan bestraffing.
Overeenkomstig hetgeen wij hierover gezegd hebben, hebben de uitleggers zich uitgesproken.
* Vermelding van wie dat zei:
Bishr heeft ons verteld, hij zei: Yazīd heeft ons verteld, hij zei: Saʿīd heeft ons verteld, op gezag van Qatāda, over Zijn uitspraak ( إِنَّ فِي ذَلِكَ لَذِكْرَى لِمَنْ كَانَ لَهُ قَلْبٌ ) (Waarlijk, daarin ligt een vermaning voor wie een hart heeft): dat wil zeggen, van deze gemeenschap; en hij bedoelt met dat hart: het levende hart.
Ibn ʿAbd al-Aʿlā heeft ons verteld, hij zei: Ibn Thawr heeft ons verteld, op gezag van Maʿmar, op gezag van Qatāda ( لِمَنْ كَانَ لَهُ قَلْبٌ ) (voor wie een hart heeft), hij zei: wie van deze gemeenschap een hart heeft.
Yūnus heeft mij verteld, hij zei: Ibn Wahb heeft ons bericht, hij zei: Ibn Zayd zei over Zijn uitspraak ( لِمَنْ كَانَ لَهُ قَلْبٌ ) (voor wie een hart heeft), hij zei: een hart dat begrijpt wat het gehoord heeft van de berichten waarmee Allah de voorbeelden gaf van de gemeenschappen die Hem ongehoorzaam waren. En het hart betekent op deze plaats: het verstand. Dit is afgeleid van hun uitdrukking: "die-en-die heeft geen hart", en "zijn hart is niet bij hem", dat wil zeggen: zijn verstand is niet bij hem; en: "waar is jouw hart heen gegaan?", waarmee bedoeld wordt: waar is jouw verstand heen gegaan.
Zijn uitspraak ( أَوْ أَلْقَى السَّمْعَ وَهُوَ شَهِيدٌ ) (of het gehoor te luisteren legt en daarbij aanwezig is): Hij zegt: of hij leent met zijn gehoor het oor aan Onze berichtgeving aan hem over deze geslachten die Wij vernietigd hebben, zodat hij het bericht over hen hoort, hoe Wij met hen handelden toen zij ongelovig werden aan hun Heer en hun boodschappers ongehoorzaam waren ( وَهُوَ شَهِيدٌ ) (en daarbij aanwezig is). Hij zegt: terwijl hij begrijpt wat hem over hen bericht wordt, daarvoor getuige is met zijn hart, niet achteloos daaromtrent en niet verstrooid.
Overeenkomstig hetgeen wij hierover gezegd hebben, hebben de uitleggers zich uitgesproken, ook al verschilden hun bewoordingen daarin.
* Vermelding van wie dat zei:
Muḥammad ibn Saʿd heeft mij verteld, hij zei: mijn vader heeft mij verteld, hij zei: mijn oom heeft mij verteld, hij zei: mijn vader heeft mij verteld, op gezag van zijn vader, op gezag van Ibn ʿAbbās, over Zijn uitspraak ( إِنَّ فِي ذَلِكَ لَذِكْرَى لِمَنْ كَانَ لَهُ قَلْبٌ أَوْ أَلْقَى السَّمْعَ وَهُوَ شَهِيدٌ ) (Waarlijk, daarin ligt een vermaning voor wie een hart heeft, of het gehoor te luisteren legt en daarbij aanwezig is): Hij zegt: indien hij naar de vermaning luistert en haar aangelegenheid bijwoont, zei hij daarover: het baat hem indien hij haar begrijpt.
Muḥammad ibn ʿAmr heeft mij verteld, hij zei: Abū ʿĀṣim heeft ons verteld, hij zei: ʿĪsā heeft ons verteld; en al-Ḥārith heeft mij verteld, hij zei: al-Ḥasan heeft ons verteld, hij zei: Warqāʾ heeft ons verteld — beiden — op gezag van Ibn Abī Najīḥ, op gezag van Mujāhid, over Zijn uitspraak ( أَوْ أَلْقَى السَّمْعَ ) (of het gehoor te luisteren legt), hij zei: terwijl hij niet tot zichzelf spreekt, met het hart als getuige.
Mij is verteld op gezag van al-Ḥusayn, hij zei: ik hoorde Abū Muʿādh zeggen: ʿUbayd heeft ons bericht, hij zei: ik hoorde aḍ-Ḍaḥḥāk zeggen over Zijn uitspraak ( أَوْ أَلْقَى السَّمْعَ وَهُوَ شَهِيدٌ ) (of het gehoor te luisteren legt en daarbij aanwezig is), hij zei: de Arabieren zeggen: "die-en-die heeft zijn gehoor te luisteren gelegd", dat wil zeggen: hij luisterde met zijn beide oren, "terwijl hij aanwezig is", waarmee Hij zegt: niet afwezig.
Ibn Ḥumayd heeft ons verteld, hij zei: Mihrān heeft ons verteld, op gezag van Sufyān ( إِنَّ فِي ذَلِكَ لَذِكْرَى لِمَنْ كَانَ لَهُ قَلْبٌ أَوْ أَلْقَى السَّمْعَ وَهُوَ شَهِيدٌ ) (Waarlijk, daarin ligt een vermaning voor wie een hart heeft, of het gehoor te luisteren legt en daarbij aanwezig is), hij zei: hij hoort wat hij zegt, terwijl zijn hart bij iets anders is dan wat hij hoort.
Anderen zeiden: met "ash-shahīd" (getuige/aanwezig) wordt op deze plaats het getuigenis (ash-shahāda) bedoeld.
* Vermelding van wie dat zei:
Bishr heeft ons verteld, hij zei: Yazīd heeft ons verteld, hij zei: Saʿīd heeft ons verteld, op gezag van Qatāda ( أَوْ أَلْقَى السَّمْعَ وَهُوَ شَهِيدٌ ) (of het gehoor te luisteren legt en daarbij aanwezig is): hij bedoelt daarmee de Mensen van het Boek, en hij is getuige van wat hij in het Boek van Allah leest betreffende de zending van Mohammed ﷺ.
Ibn ʿAbd al-Aʿlā heeft ons verteld, hij zei: Ibn Thawr heeft ons verteld, op gezag van Maʿmar, op gezag van Qatāda ( أَوْ أَلْقَى السَّمْعَ وَهُوَ شَهِيدٌ ) (of het gehoor te luisteren legt en daarbij aanwezig is): getuige omtrent wat hij in handen heeft aan het Boek van Allah, namelijk dat hij de Profeet ﷺ daarin opgetekend vindt.
Hij zei: Ibn Thawr heeft ons verteld, hij zei: Maʿmar zei: en al-Ḥasan zei: het is een hypocriet (munāfiq) die de uitspraak hoorde maar er geen baat bij had.
Aḥmad ibn Hishām heeft ons verteld, hij zei: ʿUbayd Allāh ibn Mūsā heeft ons verteld, hij zei: Isrāʾīl heeft ons bericht, op gezag van as-Suddī, op gezag van Abū Ṣāliḥ, over Zijn uitspraak ( أَوْ أَلْقَى السَّمْعَ وَهُوَ شَهِيدٌ ) (of het gehoor te luisteren legt en daarbij aanwezig is), hij zei: de gelovige hoort de Koran, en hij is daarvan getuige.
Yūnus heeft mij verteld, hij zei: Ibn Wahb heeft ons bericht, hij zei: Ibn Zayd zei over Zijn uitspraak ( أَوْ أَلْقَى السَّمْعَ وَهُوَ شَهِيدٌ ) (of het gehoor te luisteren legt en daarbij aanwezig is), hij zei: hij legde het gehoor te luisteren, hij hoort wat geweest is van datgene wat hij niet met eigen ogen heeft gezien, aan de berichten over de gemeenschappen die voorbijgegaan zijn, hoe Allah hen bestrafte en met hen handelde toen zij hun boodschappers ongehoorzaam waren.