Tabari
Back to surah 5, ayah 88

Tafseer of The Table · Al-Maaida · 5:88

وَكُلُوا۟ مِمَّا رَزَقَكُمُ ٱللَّهُ حَلَٰلًۭا طَيِّبًۭا ۚ وَٱتَّقُوا۟ ٱللَّهَ ٱلَّذِىٓ أَنتُم بِهِۦ مُؤْمِنُونَ

And eat of what Allah has provided for you [which is] lawful and good. And fear Allah, in whom you are believers.

Tabari (1 passage)

  1. Full Dutch translation of Tabari's text

    De uitleg van de uitspraak: وَكُلُوا مِمَّا رَزَقَكُمُ اللَّهُ حَلالا طَيِّبًا وَاتَّقُوا اللَّهَ الَّذِي أَنْتُمْ بِهِ مُؤْمِنُونَ (88) (En eet van wat Allah u aan voorziening heeft gegeven, toegestaan en goed, en vreest Allah, in Wie gij gelovigen zijt. (5:88))

    Abū Jaʿfar zei: De Verhevene, wiens vermelding verheven is, zegt tot deze gelovigen, die Hij verbood de goede dingen die Allah voor hen toegestaan heeft te verbieden: Eet, o gelovigen, van de voorziening van Allah waarmee Hij u heeft voorzien en die Hij voor u toegestaan heeft, als iets dat toegestaan (ḥalāl) en goed (ṭayyib) is, zoals:

    12355 - Al-Qāsim heeft ons verteld, hij zei: Al-Ḥusayn heeft ons verteld, hij zei: Ḥajjāj heeft mij verteld, op gezag van Ibn Jurayj, op gezag van ʿIkrima: "En eet van wat Allah u aan voorziening heeft gegeven, toegestaan en goed", dat wil zeggen: van wat Allah voor hen aan voedsel toegestaan heeft.

    * * *

    En wat zijn uitspraak betreft: "en vreest Allah, in Wie gij gelovigen zijt", Hij zegt: en weest beducht, o gelovigen, dat gij zijn grenzen (ḥudūd) overschrijdt, zodat gij toegestaan acht wat u verboden is en verbiedt wat u toegestaan is; en hoedt u daarin ervoor Hem tegen te werken, opdat zijn toorn niet over u neerdaalt, of gij daarmee zijn bestraffing verdient. "In Wie gij gelovigen zijt", Hij zegt: in Wiens eenheid gij belijdt, en Wiens heerschappij gij voor waar houdt.

    Show original Arabic
    القول في تأويل قوله : وَكُلُوا مِمَّا رَزَقَكُمُ اللَّهُ حَلالا طَيِّبًا وَاتَّقُوا اللَّهَ الَّذِي أَنْتُمْ بِهِ مُؤْمِنُونَ (88) قال أبو جعفر: يقول تعالى ذكره، لهؤلاء المؤمنين الذين نهَاهم أن يحرِّموا طيبات ما أحلّ الله لهم: كُلوا، أيها المؤمنون، من رزق الله الذي رَزقكم وأحله لكم، حلالا طيِّبًا، (33) كما:- 12355 - حدثنا القاسم قال، حدثنا الحسين قال، حدثني حجاج، عن ابن جريج، عن عكرمة: " وكلوا مما رزقكم الله حلالا طيبًا " يعني: ما أحل الله لهم من الطعام. * * * وأما قوله: " واتقوا الله الذي أنتم به مؤمنون "، فإنه يقول: وخافوا، أيها المؤمنون، أن تعتدوا في حدوده، فتُحلُّوا ما حُرِّم عليكم، وتُحرِّموا ما أحِلَّ لكم، واحذروه في ذلك أن تخالفوه، فينـزل بكم سَخَطُه، أو تستوجبوا به عقوبته (34) =" الذي أنتم به مؤمنون "، يقول: الذي أنتم بوحدانيّته مقرُّون، وبربُوبيته مصدِّقون. ----------------- الهوامش : (33) انظر تفسير"حلال طيب" فيما سلف 3: 300 ، 301 (34) انظر تفسير"اتقى" فيما سلف من فهارس اللغة (وقى).