Tafseer of Luqman · Luqman · 31:13
And [mention, O Muhammad], when Luqman said to his son while he was instructing him, "O my son, do not associate [anything] with Allah. Indeed, association [with him] is great injustice."
De uitleg van de uitspraak van de Verhevene: وَإِذْ قَالَ لُقْمَانُ لابْنِهِ وَهُوَ يَعِظُهُ يَا بُنَيَّ لا تُشْرِكْ بِاللَّهِ إِنَّ الشِّرْكَ لَظُلْمٌ عَظِيمٌ (31:13) ("En toen Luqmān tegen zijn zoon zei, terwijl hij hem vermaande: O mijn zoon, ken geen deelgenoten toe aan Allah (shirk). Voorwaar, het toekennen van deelgenoten (shirk) is werkelijk een geweldig onrecht" (31:13)).
De Verhevene, wiens vermelding verheven is, zegt tegen Zijn Profeet Mohammed ﷺ: gedenk, o Mohammed ﷺ, وَإِذْ قَالَ لُقْمَانُ لابْنِهِ وَهُوَ يَعِظُهُ يَا بُنَيَّ لا تُشْرِكْ بِاللَّهِ إِنَّ الشِّرْكَ لَظُلْمٌ عَظِيمٌ ("En toen Luqmān tegen zijn zoon zei, terwijl hij hem vermaande: O mijn zoon, ken geen deelgenoten toe aan Allah. Voorwaar, het toekennen van deelgenoten is werkelijk een geweldig onrecht"). Hij zegt: het is een geweldige fout in de uitspraak.