Tabari
Back to surah 3, ayah 130

Tafseer of The Family of Imraan · Aal-i-Imraan · 3:130

يَٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ لَا تَأْكُلُوا۟ ٱلرِّبَوٰٓا۟ أَضْعَٰفًۭا مُّضَٰعَفَةًۭ ۖ وَٱتَّقُوا۟ ٱللَّهَ لَعَلَّكُمْ تُفْلِحُونَ

O you who have believed, do not consume usury, doubled and multiplied, but fear Allah that you may be successful.

Tabari (1 passage)

  1. Full Dutch translation of Tabari's text

    De uitleg van de uitspraak van de Verhevene: وَلِلَّهِ مَا فِي السَّمَاوَاتِ وَمَا فِي الأَرْضِ يَغْفِرُ لِمَنْ يَشَاءُ وَيُعَذِّبُ مَنْ يَشَاءُ وَاللَّهُ غَفُورٌ رَحِيمٌ (3:129) (En aan Allah behoort wat in de hemelen is en wat op de aarde is; Hij vergeeft wie Hij wil en bestraft wie Hij wil, en Allah is Vergevensgezind, Genadevol.)

    Abū Jaʿfar zei: Hiermee bedoelt Hij, verheven is Zijn vermelding: jou, o Mohammed (de Profeet ﷺ), komt geen enkele zeggenschap in de zaak toe. Aan Allah behoort alles wat zich tussen de uithoeken van de hemelen en de aarde bevindt, van de plaats waar de zon opkomt tot waar zij ondergaat, buiten jou en buiten hen om. Hij oordeelt onder hen zoals Hij wil, en velt over hen het vonnis dat Hem behaagt. Hij wendt Zich in vergiffenis tot wie van Zijn schepselen Hij wil — namelijk degenen die Zijn gebod en Zijn verbod ongehoorzaam zijn geweest — en vergeeft hem vervolgens. En Hij bestraft wie van hen Hij wil voor diens misdaad en neemt wraak op hem. Hij is de Vergevensgezinde (al-Ghafūr), die de zonden bedekt van die van Zijn schepselen wiens zonden Hij verkiest te bedekken, uit gunst jegens hen door kwijtschelding en verschoning; en de Genadevolle (al-Raḥīm) jegens hen, doordat Hij hun bestraffing in dit leven achterwege laat, ondanks de grote vergrijpen die zij begaan. Zoals:

    7822 — Ibn Ḥumayd heeft ons verteld, hij zei: Salama heeft ons verteld, op gezag van Ibn Isḥāq: "وَاللَّهُ غَفُورٌ رَحِيمٌ" (En Allah is Vergevensgezind, Genadevol), dat wil zeggen: Hij vergeeft de zonden en betoont barmhartigheid aan de dienaren, ondanks dat wat zich in hen bevindt.

    Show original Arabic
    القول في تأويل قوله : وَلِلَّهِ مَا فِي السَّمَاوَاتِ وَمَا فِي الأَرْضِ يَغْفِرُ لِمَنْ يَشَاءُ وَيُعَذِّبُ مَنْ يَشَاءُ وَاللَّهُ غَفُورٌ رَحِيمٌ (129) قال أبو جعفر: يعني بذلك تعالى ذكره: ليس لك يا محمد، من الأمر شيء، ولله جميع ما بين أقطار السموات والأرض من مشرق الشمس إلى مغربها، دونك ودونهم، يحكم فيهم بما يشاء، ويقضي فيهم ما أحب، فيتوب على من أحب من خلقه العاصين أمرَه ونهيه، ثم يغفر له، ويعاقب من شاء منهم على جرمه فينتقم منه، وهو الغفور الذي يستر ذنوب من أحب أن يستر عليه ذنوبه من خلقه بفضله عليهم بالعفو والصفح، والرحيم بهم في تركه عقوبتهم عاجلا على عظيم ما يأتون من المآثم. كما:- 7822- حدثنا ابن حميد قال، حدثنا سلمة، عن ابن إسحاق: " والله غفور رحيم "، أي يغفر الذنوب، ويرحم العباد، على ما فيهم. (71) ---------------------- (71) الأثر: 7822- سيرة ابن هشام 3: 115 ، وهو تابع الآثار التي آخرها رقم: 7804.