Tafseer of The Ant · An-Naml · 27:1
Ta, Seen. These are the verses of the Qur'an and a clear Book
Abū Jaʿfar zei: Wij hebben de bespreking van wat uit de losse beginletters (ḥurūf al-muʿjam) in de openingen van de soera's voorkomt al uiteengezet in eerdere delen van dit onze boek, en Zijn woord طس behoort daartoe. Er is overgeleverd van Ibn ʿAbbās dat Zijn woord طس een eed is die Allah heeft gezworen, en dat het tot de namen van Allah behoort.
ʿAlī ibn Dāwūd heeft mij verteld, hij zei: ʿAbdullāh ibn Ṣāliḥ heeft ons verteld, hij zei: Muʿāwiya heeft mij verteld, op gezag van ʿAlī, op gezag van Ibn ʿAbbās, over Zijn woord طس : een eed die Allah heeft gezworen; het behoort tot de namen van Allah.
Op grond van deze opvatting moet de betekenis ervan zijn: Bij de Alhorende, de Alwetende (al-Samīʿ al-Laṭīf) — dit zijn de genoemde openbaringstekenen (āyāt) die Ik tot u, o Muḥammad, heb nedergezonden, zij zijn waarlijk de tekenen van de Koran en de tekenen van een duidelijk Boek. Dat wil zeggen: het maakt duidelijk aan wie het overdenkt en er met begrip over nadenkt dat het van Allah is, dat Hij het tot u heeft nedergezonden; u hebt het niet zelf verzonnen noch hebt u het op eigen gezag gezegd, noch heeft iemand anders van de schepselen van Allah dat gedaan — want geen enkel schepsel is in staat iets gelijks voort te brengen, al zouden djinn en mensen daartoe samenspannen. En Zijn woord وَكِتَابٍ مُبِينٍ staat in de genitief als een nevenschikking bij "de Koran".