Tafseer of The Poets · Ash-Shu'araa · 26:138
And we are not to be punished."
...hadden zij gezegd: وَمَا نَحْنُ بِمُعَذَّبِينَ (en wij zullen niet bestraft worden). Maar zij erkenden wel de Schepper en aanbaden afgoden, op dezelfde wijze als de polytheïsten onder de Arabieren die aanbaden en zeiden dat zij [de afgoden] hen dichter bij Allah brengen. Daarom zeiden zij tot Hūd, zijn profeetschap verwerpend: سَوَاءٌ عَلَيْنَا أَوَعَظْتَ أَمْ لَمْ تَكُنْ مِنَ الْوَاعِظِينَ (Het is ons gelijk of jij vermaant of niet tot de vermaner behoort). Toen zeiden zij hem: wat wij doen is niets anders dan de gewoonte van degenen vóór ons en hun karakters, en Allah zal ons er niet om bestraffen. Zoals Allah, verheven zij Zijn vermelding, ons heeft bericht over de vroegere volkeren vóór ons, dat zij tot hun boodschappers zeiden: إِنَّا وَجَدْنَا آبَاءَنَا عَلَى أُمَّةٍ وَإِنَّا عَلَى آثَارِهِمْ مُقْتَدُونَ (Wij troffen onze vaderen aan op een gemeenschap, en wij volgen hun sporen).