Tafseer of The Criterion · Al-Furqaan · 25:69
Multiplied for him is the punishment on the Day of Resurrection, and he will abide therein humiliated -
Zijn woord: يُضَاعَفْ لَهُ الْعَذَابُ يَوْمَ الْقِيَامَةِ ("voor hem zal de bestraffing verdubbeld worden op de Dag der Opstanding") (25:69). De koranlezers verschilden over de lezing ervan. De algemene lezers van de steden, met uitzondering van ʿĀṣim, lazen het als يُضَاعَفْ ("yuḍāʿaf", in de jussief/apocopaat) en وَيَخْلُدْ ("wa-yakhlud", eveneens in de apocopaat). En ʿĀṣim las het als يضَاعَفُ ("yuḍāʿafu", in de nominatief) en وَيَخْلُدُ ("wa-yakhludu", in de nominatief), beide als nieuwe aanvang van een zin (ibtidāʾ); want bij hem is de uitspraak voltooid bij يَلْقَ أَثَامًا ("hij zal de vergelding voor zijn zonde ontmoeten"), waarna hij een nieuwe zin begint met Zijn woord: يُضَاعَفُ لَهُ الْعَذَابُ ("de bestraffing zal voor hem verdubbeld worden").
De juiste lezing volgens ons is hierin: de apocopaat van beide werkwoorden tezamen — "yuḍāʿaf" en "yakhlud" — en dat is omdat het een nadere verklaring is van "al-athām" (de vergelding voor de zonde) en geen werkwoord dat daaraan is verbonden. Ware het wel een werkwoord daarvan, dan zou de juiste vorm de nominatief zijn, zoals de dichter zei:
Wanneer gij tot hem komt, terwijl gij in het donker tuurt naar het licht van zijn vuur, zult gij het beste vuur vinden, en daarbij de beste aansteker.
Hij verhief "taʿshū" (gij tuurt) in de nominatief, omdat het een werkwoord is bij zijn woord "taʾtihi" (gij komt tot hem); de betekenis is: wanneer gij tot hem komt, turend in het donker.
En Zijn woord وَيَخْلُدْ فِيهِ مُهَانًا ("en hij zal daarin vernederd voor eeuwig blijven") betekent: en hij zal daarin verblijven tot in het oneindige, in vernedering.