Tafseer of The Prophets · Al-Anbiyaa · 21:41
And already were messengers ridiculed before you, but those who mocked them were enveloped by what they used to ridicule.
Allah, verheven zij Zijn lof, zegt tot Zijn profeet Muḥammad ﷺ: Als degenen die tot jou zeggen — o Muḥammad — "is dit slechts een mens zoals jullie? Komen jullie dan naar de toverij terwijl jullie zien?" jou tot spot nemen wanneer zij jou zien en zeggen: "Dit is degene die jullie goden noemt" — vanuit hun ongeloof (kufr) jegens Allah en hun aanmatiging jegens Hem — dan zijn er toch al boodschappers bespot uit Onze boodschappers die Wij vóór jou hebben gezonden naar hun volkeren. Hij zegt: en het trof degenen die hen bespot en bespot hadden van hun volkeren, wat zij bespot hadden — Hij zegt, verheven zij Zijn lof: hetgeen zij bespot hadden trof hen: de plaag en de kwelling (ʿadhāb) waarvoor hun boodschappers hen hadden gewaarschuwd. En er staat يَسْتَهْزِئُونَ — Allah, verheven zij Zijn lof, zegt: degenen die jou bespotten van deze ongelovigen zullen niet ontsnappen aan het lot van hun voorgangers van de volkeren die hun boodschappers hadden beloochend; dezelfde kwelling van Allah en Zijn toorn over hun bespotting van jou zal hen treffen als wat hen trof.