Tafseer of Taa-Haa · Taa-Haa · 20:96
He said, "I saw what they did not see, so I took a handful [of dust] from the track of the messenger and threw it, and thus did my soul entice me."
Het uiteenzetten van de uitleg van het woord van de Verhevene: قَالَ فَمَا خَطْبُكَ يَا سَامِرِيُّ (20:95)
De verheerlijkte bedoelt met Zijn woord فَمَا خَطْبُكَ يَا سَامِرِيُّ: Moesa zei tot de Sāmirī: "Wat is dan jouw zaak, o Sāmirī? En wat heeft jou ertoe bewogen te doen wat jij hebt gedaan?" Zoals mij is verteld door Yūnus, die zei: Ibn Wahb heeft ons bericht gegeven, die zei: Ibn Zayd zei, betreffende Zijn woord فَمَا خَطْبُكَ يَا سَامِرِيُّ: "Wat is jouw aangelegenheid? Wat is jouw toestand? Wat is dit dat jou deed binnengaan in wat jij binnentrad?"
Wij zijn verteld door Mūsā, die zei: ʿAmr heeft ons verteld, die zei: Asbāṭ heeft ons verteld, op gezag van al-Suddī, betreffende قَالَ فَمَا خَطْبُكَ يَا سَامِرِيُّ: hij zei: "Wat heb jij, o Sāmirī?"