Tafseer of Abraham · Ibrahim · 14:8
And Moses said, "If you should disbelieve, you and whoever is on the earth entirely - indeed, Allah is Free of need and Praiseworthy."
Abū Jaʿfar zegt: Allah, verheven zij Zijn gedachtenis, zegt: en Mūsā zei tot zijn volk: als gij ondankbaar zijt, o volk, en de gunst van Allah verloochent die Hij u bewees — terwijl gij dat doet en allen op aarde hetzelfde doen — فَإِنَّ اللَّهَ لَغَنِيٌّ (dan is Allah voorzeker onbehoeftig) aan u en aan hen van al Zijn schepselen — Hij heeft uw dankbaarheid jegens Hem voor Zijn gunsten bij u allen niet nodig. حَمِيدٌ (en geprezen): toegejuicht door Zijn schepselen voor wat Hij hun bewezen heeft aan gunsten.
Zo heeft al-Muthanná mij verteld, hij zei: Isḥāq heeft ons verteld, hij zei: ʿAbdullāh ibn Hāshim heeft ons verteld, hij zei: Sayf heeft ons bericht, op gezag van Abū Rawq, op gezag van Abū Ayyūb, op gezag van ʿAlī, betreffende فَإِنَّ اللَّهَ لَغَنِيٌّ : hij zei: "Onbehoeftig aan Zijn schepselen." حَمِيدٌ : hij zei: "Mustaḥmad — toegejuicht — jegens hen."