Tabari
Back to surah 17, ayah 27

Tafseer of The Night Journey · Al-Israa · 17:27

إِنَّ ٱلْمُبَذِّرِينَ كَانُوٓا۟ إِخْوَٰنَ ٱلشَّيَٰطِينِ ۖ وَكَانَ ٱلشَّيْطَٰنُ لِرَبِّهِۦ كَفُورًۭا

Indeed, the wasteful are brothers of the devils, and ever has Satan been to his Lord ungrateful.

Tabari (1 passage)

  1. Full Dutch translation of Tabari's text

    Wat betreft Zijn woord إِنَّ الْمُبَذِّرِينَ كَانُوا إِخْوَانَ الشَّيَاطِينِ (de verkwisters waren de broeders van de duivels): Hij bedoelt daarmee dat degenen die hun vermogen verstrooien in ongehoorzaamheid aan Allah en het besteden buiten Zijn gehoorzaamheid, bondgenoten zijn van de duivels. Zo zeggen de Arabieren over ieder die de gewoonte van een volk volgt en hun spoor natrapt: 'hij is hun broeder.' وَكَانَ الشَّيْطَانُ لِرَبِّهِ كَفُورًا — Hij zegt: En de duivel was ondankbaar voor de gunst van zijn Heer die Hij hem bewees; hij erkende die gunst niet, maar bedekte haar door Allah's gehoorzaamheid na te laten en Zijn ongehoorzaamheid te begaan. Zo zijn eveneens zijn broeders onder de zonen van Adam — de verkwisters van hun vermogen in ongehoorzaamheid aan Allah —: zij zijn Allah niet dankbaar voor Zijn gunsten aan hen, maar trotseren Zijn gebod en zijn Hem ongehoorzaam, en zij volgen in het omgaan met de vermogens die Allah, de Almachtige en Erhabene, hun heeft toebedeeld, Zijn gewoonte van het nalaten van dankbaarheid daarvoor en het ontvangen ervan met ondankbaarheid (kufrān).\n\nZoals degene die mij vertelde — Yūnus, hij zei: Ibn Wahb deelde mij mee, hij zei: Ibn Zayd zei, betreffende Zijn woord إِنَّ الْمُبَذِّرِينَ : 'degenen die in ongehoorzaamheid aan Allah besteden' كَانُوا إِخْوَانَ الشَّيَاطِينِ وَكَانَ الشَّيْطَانُ لِرَبِّهِ كَفُورًا .

    Show original Arabic
    وأما قوله ( إِنَّ الْمُبَذِّرِينَ كَانُوا إِخْوَانَ الشَّيَاطِينِ ) فإنه يعني: إنّ المفرّقين أموالهم في معاصي الله المنفقيها في غير طاعته أولياء الشياطين، وكذلك تقول العرب لكلّ ملازم سنة قوم وتابع أثرهم: هو أخوهم ( وَكَانَ الشَّيْطَانُ لِرَبِّهِ كَفُورًا ) يقول: وكان الشيطان لنعمة ربه التي أنعمها عليه جحودا لا يشكره عليه، ولكنه يكفرها بترك طاعة الله، وركوبه معصيته، فكذلك إخوانه من بني آدم المبذّرون أموالهم في معاصي الله، لا يشكرون الله على نعمه عليهم، ولكنهم يخالفون أمره ويعصُونه، ويستنون فيما أنعم الله عليهم به من الأموال التي خوّلهموها عزّ وجل سنته من ترك الشكر عليها، وتلقِّيها بالكُفران. كالذي حدثني يونس، قال: أخبرنا ابن وهب، قال: قال ابن زيد، في قوله (إِنَّ المُبَذّرِينَ): إن المنفقين في معاصي الله ( كَانُوا إِخْوَانَ الشَّيَاطِينِ وَكَانَ الشَّيْطَانُ لِرَبِّهِ كَفُورًا ).