Tafseer of Hud · Hud · 11:24
The example of the two parties is like the blind and deaf, and the seeing and hearing. Are they equal in comparison? Then, will you not remember?
De uitleg van het woord van Allah de Verhevene: مَثَلُ الْفَرِيقَيْنِ كَالأَعْمَى وَالأَصَمِّ وَالْبَصِيرِ وَالسَّمِيعِ هَلْ يَسْتَوِيَانِ مَثَلا أَفَلا تَذَكَّرُونَ (''Het gelijkenis van de twee partijen is als de blinde en de dove, en de ziende en de horende. Zijn zij gelijk in gelijkenis? Denken jullie dan niet na?'') (24)
Aboe Djaʿfar zei: Allah de Verhevene zegt: De gelijkenis van de twee partijen van ongeloof en geloof is als de gelijkenis van de blinde die met zijn ogen niets ziet en de dove die niets hoort. Zo is de partij van het ongeloof — zij zien de waarheid niet zodat zij die volgen en ernaar handelen, door hun bezig zijn met hun ongeloof in Allah en de overheersing van Allah''s in-de-steek-lating van hen. Zij horen de oproeper van Allah tot het rechte pad niet, zodat zij hem antwoorden en daardoor geleid worden. Zo blijven zij in hun dwaling, heen en weer slingerend in hun verwarring. En de horende en de ziende zijn de partij van het geloof (īmān). Zij zagen de bewijzen van Allah en erkenden wat die duiden op de eenheid van Allah, de vrijheid van de goden en rivalen, en de profeetschap van de profeten, moge de vrede over hen allen zijn. Zij hoorden de oproeper van Allah en beantwoordden hem en handelden in gehoorzaamheid aan Allah, zoals:
18102 — Al-Qāsim heeft ons verteld, hij zei: Al-Ḥusayn heeft ons verteld, hij zei: Ḥajjāj heeft ons verteld, op gezag van Ibn Djuraydj, hij zei: Ibn ʿAbbās zei: (''De gelijkenis van de twee partijen is als de blinde en de dove, en de ziende en de horende''), hij zei: ''De blinde'' en ''de dove'' zijn de ongelovige (kāfir), en ''de ziende'' en ''de horende'' zijn de gelovige.
18103 — Al-Muthanná heeft mij verteld, hij zei: Aboe Ḥudayfa heeft ons verteld, hij zei: Shibl heeft ons verteld, op gezag van Ibn Abī Nadjīḥ, op gezag van Mudjāhid: (''De gelijkenis van de twee partijen is als de blinde en de dove, en de ziende en de horende'') — de twee partijen zijn de ongelovige en de gelovige; de blinde en de dove zijn de twee ongelovigen, en de ziende en de horende zijn de twee gelovigen.
18104 — Bishr heeft ons verteld, hij zei: Yazīd heeft ons verteld, hij zei: Saʿīd heeft ons verteld, op gezag van Qatāda: (''De gelijkenis van de twee partijen is als de blinde en de dove, en de ziende en de horende''), de hele vers, dit is een gelijkenis die Allah heeft gesteld voor de ongelovige en de gelovige. De ongelovige is doof voor de waarheid — hij hoort haar niet — en blind ervoor — hij ziet haar niet. De gelovige hoorde de waarheid en profiteerde ervan, en zag haar en begreep haar, bewaarde haar en handelde ernaar.
Allah de Verhevene zegt: (''Zijn zij gelijk in gelijkenis'') — zijn deze twee partijen, ondanks het verschil van hun toestand in hun eigen ogen, gelijk jegens jullie, o mensen? Want zij zijn niet gelijk jegens jullie. Zo ook zijn de ongelovige en de gelovige niet gelijk jegens Allah. (''Denken jullie dan niet na'') — Allah de Verhevene zegt: Nemen jullie dan geen les, o mensen, en denken jullie niet na, zodat jullie de werkelijkheid van het verschil in hun toestand begrijpen, en jullie weghouden van de dwaling waarin jullie verkeren en overgaan naar de leiding, van het ongeloof (kufr) naar het geloof (īmān)?
Zo zijn ''de blinde'' en ''de dove'', en ''de ziende'' en ''de horende'' in de tekst vier, maar in betekenis twee. Daarom werd gezegd: (''Zijn zij gelijk in gelijkenis'').
En er staat: (''als de blinde en de dove''), terwijl bedoeld wordt: als de blinde-dove. Zo ook ''de ziende en de horende'', waarbij bedoeld wordt: de ziende-horende. Als wanneer iemand zegt: ''de sierlijke en de verstandige man is opgestaan'', waarmee hij één persoon beschrijft.